Kunst in essentie

Misschien dat de term kunstliefhebber mijn persoonlijkheid of identiteit het beste omschrijft, omdat ik (vrijwel) alle aspecten die definiëren wie ik ben, terug kan vinden in de kunst. Zo zijn er in de kunst genoeg werken te vinden die een Bijbels verhaal, een filosofisch vraagstuk uitbeelden of portretten die een persoon zo weten te treffen, dat ik die persoon kan leren kennen door enkel en alleen naar het portret te kijken. Vervolgens aan zelfreflectie te doen door na te denken over wie deze persoon op het schilderij is en in welke dingen hij op mij lijkt of juist niet.

Ik vraag me de laatste tijd af waarom kunst zinvol is, maar ik kan alleen zeggen dat ik er een liefhebber van ben. Dat ik het mooi of lelijk vind, dat het me raakt of koud laat. Misschien dat ik er een verhaal bij kan verzinnen van wat het uitdrukt. Maar wat maakt kunst zinvol? Is het überhaupt zinvol? Is het niet veel zinvoller om bezig te zijn met maatschappelijke problemen of klimaatverandering, omdat dit onze morele plicht is? Toch voelt het voor mij alsof kunst zin heeft, alsof het de essentie van het bestaan kan uitdrukken. Maar verder dan een gevoel kom ik niet. Een kunstwerk lijkt geen woorden nodig te hebben om de kern van een verhaal te vertellen, er valt aan het tafereel te zien wat het uitdrukt, althans voor mij.

Nog iets waar ik geen antwoord op heb, is wat kunst goed maakt. Is dit schoonheid, vakmanschap, het idee, de emotie die het bij mensen oproept, de erkenning van een groep kenners? Is het een combinatie van factoren? Zijn het bij ieder kunstwerk andere factoren die de kwaliteit bepalen? Is er überhaupt wel een objectieve maatstaf waarmee kunst beoordeeld kan worden?

br_SK-A-3584-00 (1)
Meisje in kimono – George Hendrik Breitner, foto: Rijksmuseum

Wel kan ik antwoord geven op de vraag welke kunst me raakt; welke emotie het in me oproept, zoals schoonheid of juist afschuw. En het antwoord is dat dit voor mij kunst in de meeste abstracte vorm is. Als ik naar kunstwerken kijk die duidelijk iets uitdrukken, voel ik me enigszins belemmert. Niet dat ik niet geraakt kan worden door een mooi schilderij van een persoon of iets dergelijks. Een goed voorbeeld zou het ‘Meisje in Kimono’ van Breitner zijn. Het is duidelijk dat er een meisje in kimono afgebeeld is, er zit een sprankeling in de blik, die denk ik zowel blijdschap als verdriet zou kunnen zijn of een combinatie. Ik kan er een verhaal aan koppelen over wie het meisje is, wat ze heeft meegemaakt, waar het tafereel zich afspeelt. Hetgeen me echter belemmert is hetgeen het uitdrukt. Ik kan het schilderij op duizenden manieren interpreteren, maar los van het afgebeelde meisje kan ik niet komen.
Misschien raakt abstracte kunst me het meeste, omdat het niets uitdrukt, buiten zichzelf. Het enige wat me beperkt zijn de lijnen en de kleuren. Het voelt alsof dit de meeste vrije vorm van kunst is, hetgeen kunst in essentie is. Want het is teruggebracht tot de kern: kleuren en vormen. Niets meer, niets minder.

Piet MondrianVictory boogie woogie 2009S0948
Victory Boogie Woogie – Piet Mondriaan, foto: Gemeentemuseum Den Haag

In het verleden heb ik geprobeerd een essay te schrijven over mijn interpretatie van ‘Victory Boogie Woogie’. Ieder verhaal dat ik eraan probeerde te koppelen, bleek niet bevredigend genoeg. Zo koppelde ik het populairste idee van jazzmuziek eraan, of het bestaan dat simpel oogt, maar bij een goede blik uiterst complex blijkt, of het idee dat het werk niet af is. Maar geen enkele interpretatie, voelde echt als de mijne. Ik kwam tot deze conclusie: vaak wil ik geen interpretatie aan abstracte kunst geven, is het genoeg om het ding an sich te bekijken. Te aanschouwen, om niets meer dan de reden dat het bestaat. De leegte in mijn hoofd op dat moment, alleen het zien, is een van de mooiste momenten die ik kan meemaken. Het voelt als een bevrijding dat ik niet beperkt ben tot een kunstwerk dat onherroepelijk iets uitdrukt.
Toch duikt er af en toe een idee op. Dit idee is by far hetgeen het dichtste in de buurt bij het gevoel van het kijken komt: het flirten met het idee van niets zijn dan een paar willekeurige atomen. Zoals het schilderij in eerste instantie niets meer oogt te zijn dan een paar vierkantjes en kleuren. Maar tegelijkertijd maakt alleen dat flirten me al angstig. Want wie ben ik, als ik niets meer ben?

Echter moet ik ook bekennen dat ik vaak maar al te graag bezig ben met het interpreteren van een kunstwerk. Dat de belemmering van hetgeen iets uitdrukt, soms juist ten goede bijdraagt. Soms vind ik het zelfs fijn als de belemmering in extreme vorm wordt doorgevoerd, zoals bij Egyptische kunst. Het lukt me niet om naar deze kunst te kijken, zonder de visie van de oude Egyptenaren in mijn achterhoofd te houden. Ik moet het bekijken als iets dat in verbinding staat met het eeuwige, het paradijs of het hiernamaals. Anders wordt het een statisch ding, dat hetzelfde lijkt als duizenden anderen Egyptische werken. Maar juist door de belemmering van religie, weet de kunst me te raken. Want dan wordt het statische aspect juist een positief aspect, omdat het naar mijn idee het eeuwige, het hiernamaals is essentie samenvat. Het is statisch, want het is een eeuwig proces dat voortduurt. Weliswaar is dit proces vol van alles en nog wat, maar hetgeen dit proces is, is statisch. Want de hemel ervaar ik als niets meer dan het zijn van het leven.

Misschien ben ik er achter waarom kunst zin heeft voor mij, maar alles behalve in absolute zin. Voor mij heeft kunst zin, omdat het me intrigeert en in veel gevallen weet te raken, zoals niets anders dit kan en doet. En ik weet niet wat de zin van het leven, zonder het goddelijke erbij te betrekken, kan zijn, buiten het leven op zichzelf. Kunst is niets buiten zichzelf, en heeft voor mij daarom zin. Omdat het zijn voor mij zin heeft, wat dit dan ook moge zijn.

Advertenties

Iedereen weet het, de natuurwet van Leonard Cohen

Iedereen weet het, de natuurwet van Leonard Cohen

Ik schrijf dit artikel vlak na de eerste verkiezingsuitslagen en ben behoorlijk pessimistisch gestemd. Ervaar dit artikel als een waterval aan woorden, maar een waterval waar mijn inziens de waarheid in te vinden is.

Ik laat me niet graag in het hokje rechts of het hokje links plaatsen, want wat zijn deze begrippen meer dan inhoudsloze leuzen? Wel sta ik voor vrijheid en gelijkheid, in een vorm die door veel mensen als radicaal of links zou kunnen worden gezien. Ik had dan ook graag gezien dat de beloftes van GroenLinks waarheid waren geworden en deze partij de grootste was geworden. Dat zij het voortouw had mogen nemen om een kabinet te vormen, een kabinet waarin eindelijk een keer aandacht zou komen voor het klimaat en gelijkheid. Maar helaas: de peilingen zijn uitgekomen. De VVD is de grootste en Rutte blijft hoogstwaarschijnlijk premier.

Toch moet ik bekennen dat een overwinning van links voor mij als ‘lesser of evil’ had gevoeld. Ik heb al vele eerdere keren beschreven dat het huidige denken van mens, maatschappij en politiek desctructief is voor zowel dieren, als mensen, als de planeet in zijn geheel. Geld en groei gaat boven alles en dit systeem van denken wordt door iedere partij, van links tot rechts, ondersteund. Rechts legt de nadruk op de economie en vrijheid, links op klimaat en gelijkheid. Maar iedereen gelooft in het kapitalisme.

Het westen meende dat communistische landen niet democratisch konden  zijn, omdat een parlement alleen zou bestaan uit communistische partijen. Als dit klopt, dan zijn wij net zo min democratisch. De kiezer kan nu alleen maar kiezen uit partijen die achter het kapitalisme staan. Het verschil in de partijen ligt hem in nuance, details en nadruk. Radicale verschillen kan ik niet vinden.

De media riep: stem! En bleek succesvol; een opkomst van 77 procent. 77 procent van de stemgerechtigde die hun vertrouwen hebben gesteld op een politieke partij. Iedereen gelooft dat de partij waarop hij of zij stemt verandering zal brengen. Maar verandering zal er door onze ‘democratie’ niet komen.

‘Het is zinloos’ is het gevoel dat ik de afgelopen dagen heb. Het is zinloos om door te gaan met schrijven over het klimaat; niemand luistert. Het is zinloos om kritiek te leveren op de politiek; het systeem zal niet veranderen.
Maar toch blijf ik volle overtuiging dat het mijn plicht is om het goede te doen en daarvoor te strijden. Waarom? Omdat ik niet mee wil gaan in de hebzucht. Ik wil geen wereld waar straks oorlog, dood en verderf is. Wat zal mijn antwoord zijn aan de volgende generatie? Zal de wereld dan vol dood en verderf zijn? Moet ik bekennen dat ik ook ben meegegaan in de massa en heb bijgedragen aan de ondergang? Of heb ik alles eraan gedaan om verandering teweeg te brengen?

Het maakt me verdrietig om te zien wat voor een ellende er in de wereld is. Hoe het Westen Afrika leegplundert en vluchtelingen uit dit gebied het stempeltje ‘economische migrant’ geeft. Maar dit stempeltje klopt. Deze mensen zijn moeten vluchten enkel en alleen door onze economie. Het is onze schuld, het is onze schuld. Wij zijn degenen die de boel daar leegroven.

Ik ben een emotioneel persoon, het leed van de wereld grijpt me bij de keel. De emoties die ik voel maken me zwak in mijn strijdlustigheid. Ik krijg een afkeer van al het nieuws wat ik tot me neem.
Wat heb ik nodig? Muziek. Muziek van Leonard Cohen. Het nummer ‘Everybody Knows’, dat mijns inziens niets meer is dan een beschrijving van hoe het er aan toe gaat in de wereld. Een beschrijving van de manier waarop mensen handelen. Een manier die misschien wel op zo’n onlosmakelijke manier met de mensheid verbonden is, dat het een natuurwet geworden is. De natuurwet zoals Cohen hem beschrijft:

Everybody knows that the dice are loaded
Everybody rolls with their fingers crossed
Everybody knows that the war is over
Everybody knows the good guys lost
Everybody knows the fight was fixed
The poor stay poor, the rich get rich
That’s how it goes
Everybody knows

Everybody knows that the boat is leaking
Everybody knows that the captain lied
Everybody got this broken feeling
Like their father or their dog just died

De handtekening van Jean Tinguely

De handtekening van Jean Tinguely

Wellicht bedoelt Tinguely in zijn werken niets meer dan doelloosheid. Het bewegen van machines in de leegte van de lucht. Wellicht vertellen ze geen verhaal of bevatten ze geen mysterie dan het ontbreken van een mysterie. Ze zijn niets meer dan apparaten die bewegen door de kracht van elektriciteit. Bewegen, bewegen, bewegen…

dsc_0283
‘Sculpture Gismo’ – Jean Tinquely eigen foto

Hoe word je geraakt door zoiets? Iets wat geen boodschap bevat, geen idee, behalve de beweging. Het antwoord is dat ik in eerste instantie hier niet door geraakt werd, toen ik de tentoonstelling over zijn werk in het ‘Stedelijk museum’ doorliep. Mijn intellect werd weliswaar geprikkeld door de werking van de machines en de geniale geest die hierachter zit, die een haast onvoorstelbare controle heeft over de kracht en beweging die elektriciteit voortbrengt. De emotie bleef uit. En wat maakt een mens een mens, als er alleen intellect is en geen emotie?

De emotie kwam, geleidelijk, toen ik de tentoonstelling verlaten had en met een vriend erover nadacht wat de waarde van kunst bepaald en hoeveel verschillende soorten waarden kunst kent. Of waarde wel bepaald kan worden door emotie die het oproept, het vakmanschap wat erachter zit, de impact die het heeft gehad op de kunstwereld en bovenal of een kunstwerk zijn waarde verleent aan de schoonheid ervan? Of dat de waarde van kunst alleen bepaald wordt door de idee die erachter zit? De idee van de maker om iets te scheppen wat nog niet eerder in de werkelijkheid bestond.

En de idee achter Tinguely’s werk is wellicht de doelloosheid of niets meer zijn dan een apparaat wat beweegt. Wat drukt dit uit? Kan dit überhaupt wel iets uitdrukken? Misschien is het ontbreken van de boodschap, de werkelijke boodschap.

En dan komt het in me op dat wellicht alles om ons geen doel heeft, buiten alleen het zijn van dingen. Het zijn van het heelal, de wereld, de planten, dieren en mensen. En dat er buiten dit geen doel is. Wat is de emotie die dit oproept? Afschuw, verschrikking, acceptatie of omarming van het ontbreken van een doel. Bij mij de eerste twee. Iets in mij schreeuwt om zingeving, een doel. Een doel wat ik gevonden heb in mijn geloof. Maar feit is dat verschrikking en afschuw ook emoties zijn die kunst kan oproepen.

Ik vind dit niet erg. Ik kijk naar een kunstwerk om geprikkeld te worden, om iets te zien waar een idee achter zit, ook al is dit idee niets meer dan het ontbreken van een boodschap. De emotie die erbij komt kijken is voor mij van onderschikte waarde en bepaald denk ik ook niet de waarde van het schilderij. Wat de waarde bepaalt, in artistieke zin, is denk ik de idee. De idee van Rembrandt om zijn zoon in een monnikendracht te schilderen, die van Van Gogh om een sterrennacht te schilderen op een manier die lijkt een andere werkelijkheid te scheppen, of van Tinguely om bewegende apparaten te maken, die voor de rest geen boodschap bevatten. Want de idee is hetgeen wat er uiteindelijk toe leidt dat de kunstenaar iets schept, wat vervolgens waarneembaar is door de kijker. Dit is hetgeen wat de mogelijkheid geeft aan de kijker om de waarde van het kunstwerk te bepalen. En wellicht daarom de waarde van het kunstwerk samenvat. 

En plots, na alle doelloosheid van de tentoonstelling, komt er een einde aan. Een einde waarbij de kunst opeens wel een verhaal vertelt. Tinguely is ooggetuige van een brand van een boerderij, de lucht van verbande dierenlijken doet hem denken aan de lucht van de rook die uit concentratiekampen kwam. Hij gaat het uitgebrande gebouw in en haalt zwartgeblakerde machines en verbrande dierenlijken uit het gebouw. En maakt hiervan een gigantisch groot geheel, wat beweegt. De handtekening van Tinguely blijft de beweging, de beweging die doelloos is. Maar hij vertelt door middel van zijn kunstwerk opeens een verhaal. Een luguber, angstaanjagend verhaal, maar weliswaar een verhaal wat emotie in mij oproept. Een verhaal wat de verschikking uitdrukt, maar toch ook op een manier vol schoonheid…

En daarmee kwam de tentoonstelling tot een eind.