Kunst in essentie

Misschien dat de term kunstliefhebber mijn persoonlijkheid of identiteit het beste omschrijft, omdat ik (vrijwel) alle aspecten die definiëren wie ik ben, terug kan vinden in de kunst. Zo zijn er in de kunst genoeg werken te vinden die een Bijbels verhaal, een filosofisch vraagstuk uitbeelden of portretten die een persoon zo weten te treffen, dat ik die persoon kan leren kennen door enkel en alleen naar het portret te kijken. Vervolgens aan zelfreflectie te doen door na te denken over wie deze persoon op het schilderij is en in welke dingen hij op mij lijkt of juist niet.

Ik vraag me de laatste tijd af waarom kunst zinvol is, maar ik kan alleen zeggen dat ik er een liefhebber van ben. Dat ik het mooi of lelijk vind, dat het me raakt of koud laat. Misschien dat ik er een verhaal bij kan verzinnen van wat het uitdrukt. Maar wat maakt kunst zinvol? Is het überhaupt zinvol? Is het niet veel zinvoller om bezig te zijn met maatschappelijke problemen of klimaatverandering, omdat dit onze morele plicht is? Toch voelt het voor mij alsof kunst zin heeft, alsof het de essentie van het bestaan kan uitdrukken. Maar verder dan een gevoel kom ik niet. Een kunstwerk lijkt geen woorden nodig te hebben om de kern van een verhaal te vertellen, er valt aan het tafereel te zien wat het uitdrukt, althans voor mij.

Nog iets waar ik geen antwoord op heb, is wat kunst goed maakt. Is dit schoonheid, vakmanschap, het idee, de emotie die het bij mensen oproept, de erkenning van een groep kenners? Is het een combinatie van factoren? Zijn het bij ieder kunstwerk andere factoren die de kwaliteit bepalen? Is er überhaupt wel een objectieve maatstaf waarmee kunst beoordeeld kan worden?

br_SK-A-3584-00 (1)
Meisje in kimono – George Hendrik Breitner, foto: Rijksmuseum

Wel kan ik antwoord geven op de vraag welke kunst me raakt; welke emotie het in me oproept, zoals schoonheid of juist afschuw. En het antwoord is dat dit voor mij kunst in de meeste abstracte vorm is. Als ik naar kunstwerken kijk die duidelijk iets uitdrukken, voel ik me enigszins belemmert. Niet dat ik niet geraakt kan worden door een mooi schilderij van een persoon of iets dergelijks. Een goed voorbeeld zou het ‘Meisje in Kimono’ van Breitner zijn. Het is duidelijk dat er een meisje in kimono afgebeeld is, er zit een sprankeling in de blik, die denk ik zowel blijdschap als verdriet zou kunnen zijn of een combinatie. Ik kan er een verhaal aan koppelen over wie het meisje is, wat ze heeft meegemaakt, waar het tafereel zich afspeelt. Hetgeen me echter belemmert is hetgeen het uitdrukt. Ik kan het schilderij op duizenden manieren interpreteren, maar los van het afgebeelde meisje kan ik niet komen.
Misschien raakt abstracte kunst me het meeste, omdat het niets uitdrukt, buiten zichzelf. Het enige wat me beperkt zijn de lijnen en de kleuren. Het voelt alsof dit de meeste vrije vorm van kunst is, hetgeen kunst in essentie is. Want het is teruggebracht tot de kern: kleuren en vormen. Niets meer, niets minder.

Piet MondrianVictory boogie woogie 2009S0948
Victory Boogie Woogie – Piet Mondriaan, foto: Gemeentemuseum Den Haag

In het verleden heb ik geprobeerd een essay te schrijven over mijn interpretatie van ‘Victory Boogie Woogie’. Ieder verhaal dat ik eraan probeerde te koppelen, bleek niet bevredigend genoeg. Zo koppelde ik het populairste idee van jazzmuziek eraan, of het bestaan dat simpel oogt, maar bij een goede blik uiterst complex blijkt, of het idee dat het werk niet af is. Maar geen enkele interpretatie, voelde echt als de mijne. Ik kwam tot deze conclusie: vaak wil ik geen interpretatie aan abstracte kunst geven, is het genoeg om het ding an sich te bekijken. Te aanschouwen, om niets meer dan de reden dat het bestaat. De leegte in mijn hoofd op dat moment, alleen het zien, is een van de mooiste momenten die ik kan meemaken. Het voelt als een bevrijding dat ik niet beperkt ben tot een kunstwerk dat onherroepelijk iets uitdrukt.
Toch duikt er af en toe een idee op. Dit idee is by far hetgeen het dichtste in de buurt bij het gevoel van het kijken komt: het flirten met het idee van niets zijn dan een paar willekeurige atomen. Zoals het schilderij in eerste instantie niets meer oogt te zijn dan een paar vierkantjes en kleuren. Maar tegelijkertijd maakt alleen dat flirten me al angstig. Want wie ben ik, als ik niets meer ben?

Echter moet ik ook bekennen dat ik vaak maar al te graag bezig ben met het interpreteren van een kunstwerk. Dat de belemmering van hetgeen iets uitdrukt, soms juist ten goede bijdraagt. Soms vind ik het zelfs fijn als de belemmering in extreme vorm wordt doorgevoerd, zoals bij Egyptische kunst. Het lukt me niet om naar deze kunst te kijken, zonder de visie van de oude Egyptenaren in mijn achterhoofd te houden. Ik moet het bekijken als iets dat in verbinding staat met het eeuwige, het paradijs of het hiernamaals. Anders wordt het een statisch ding, dat hetzelfde lijkt als duizenden anderen Egyptische werken. Maar juist door de belemmering van religie, weet de kunst me te raken. Want dan wordt het statische aspect juist een positief aspect, omdat het naar mijn idee het eeuwige, het hiernamaals is essentie samenvat. Het is statisch, want het is een eeuwig proces dat voortduurt. Weliswaar is dit proces vol van alles en nog wat, maar hetgeen dit proces is, is statisch. Want de hemel ervaar ik als niets meer dan het zijn van het leven.

Misschien ben ik er achter waarom kunst zin heeft voor mij, maar alles behalve in absolute zin. Voor mij heeft kunst zin, omdat het me intrigeert en in veel gevallen weet te raken, zoals niets anders dit kan en doet. En ik weet niet wat de zin van het leven, zonder het goddelijke erbij te betrekken, kan zijn, buiten het leven op zichzelf. Kunst is niets buiten zichzelf, en heeft voor mij daarom zin. Omdat het zijn voor mij zin heeft, wat dit dan ook moge zijn.

Advertenties

Iedereen weet het, de natuurwet van Leonard Cohen

Iedereen weet het, de natuurwet van Leonard Cohen

Ik schrijf dit artikel vlak na de eerste verkiezingsuitslagen en ben behoorlijk pessimistisch gestemd. Ervaar dit artikel als een waterval aan woorden, maar een waterval waar mijn inziens de waarheid in te vinden is.

Ik laat me niet graag in het hokje rechts of het hokje links plaatsen, want wat zijn deze begrippen meer dan inhoudsloze leuzen? Wel sta ik voor vrijheid en gelijkheid, in een vorm die door veel mensen als radicaal of links zou kunnen worden gezien. Ik had dan ook graag gezien dat de beloftes van GroenLinks waarheid waren geworden en deze partij de grootste was geworden. Dat zij het voortouw had mogen nemen om een kabinet te vormen, een kabinet waarin eindelijk een keer aandacht zou komen voor het klimaat en gelijkheid. Maar helaas: de peilingen zijn uitgekomen. De VVD is de grootste en Rutte blijft hoogstwaarschijnlijk premier.

Toch moet ik bekennen dat een overwinning van links voor mij als ‘lesser of evil’ had gevoeld. Ik heb al vele eerdere keren beschreven dat het huidige denken van mens, maatschappij en politiek desctructief is voor zowel dieren, als mensen, als de planeet in zijn geheel. Geld en groei gaat boven alles en dit systeem van denken wordt door iedere partij, van links tot rechts, ondersteund. Rechts legt de nadruk op de economie en vrijheid, links op klimaat en gelijkheid. Maar iedereen gelooft in het kapitalisme.

Het westen meende dat communistische landen niet democratisch konden  zijn, omdat een parlement alleen zou bestaan uit communistische partijen. Als dit klopt, dan zijn wij net zo min democratisch. De kiezer kan nu alleen maar kiezen uit partijen die achter het kapitalisme staan. Het verschil in de partijen ligt hem in nuance, details en nadruk. Radicale verschillen kan ik niet vinden.

De media riep: stem! En bleek succesvol; een opkomst van 77 procent. 77 procent van de stemgerechtigde die hun vertrouwen hebben gesteld op een politieke partij. Iedereen gelooft dat de partij waarop hij of zij stemt verandering zal brengen. Maar verandering zal er door onze ‘democratie’ niet komen.

‘Het is zinloos’ is het gevoel dat ik de afgelopen dagen heb. Het is zinloos om door te gaan met schrijven over het klimaat; niemand luistert. Het is zinloos om kritiek te leveren op de politiek; het systeem zal niet veranderen.
Maar toch blijf ik volle overtuiging dat het mijn plicht is om het goede te doen en daarvoor te strijden. Waarom? Omdat ik niet mee wil gaan in de hebzucht. Ik wil geen wereld waar straks oorlog, dood en verderf is. Wat zal mijn antwoord zijn aan de volgende generatie? Zal de wereld dan vol dood en verderf zijn? Moet ik bekennen dat ik ook ben meegegaan in de massa en heb bijgedragen aan de ondergang? Of heb ik alles eraan gedaan om verandering teweeg te brengen?

Het maakt me verdrietig om te zien wat voor een ellende er in de wereld is. Hoe het Westen Afrika leegplundert en vluchtelingen uit dit gebied het stempeltje ‘economische migrant’ geeft. Maar dit stempeltje klopt. Deze mensen zijn moeten vluchten enkel en alleen door onze economie. Het is onze schuld, het is onze schuld. Wij zijn degenen die de boel daar leegroven.

Ik ben een emotioneel persoon, het leed van de wereld grijpt me bij de keel. De emoties die ik voel maken me zwak in mijn strijdlustigheid. Ik krijg een afkeer van al het nieuws wat ik tot me neem.
Wat heb ik nodig? Muziek. Muziek van Leonard Cohen. Het nummer ‘Everybody Knows’, dat mijns inziens niets meer is dan een beschrijving van hoe het er aan toe gaat in de wereld. Een beschrijving van de manier waarop mensen handelen. Een manier die misschien wel op zo’n onlosmakelijke manier met de mensheid verbonden is, dat het een natuurwet geworden is. De natuurwet zoals Cohen hem beschrijft:

Everybody knows that the dice are loaded
Everybody rolls with their fingers crossed
Everybody knows that the war is over
Everybody knows the good guys lost
Everybody knows the fight was fixed
The poor stay poor, the rich get rich
That’s how it goes
Everybody knows

Everybody knows that the boat is leaking
Everybody knows that the captain lied
Everybody got this broken feeling
Like their father or their dog just died

De handtekening van Jean Tinguely

De handtekening van Jean Tinguely

Wellicht bedoelt Tinguely in zijn werken niets meer dan doelloosheid. Het bewegen van machines in de leegte van de lucht. Wellicht vertellen ze geen verhaal of bevatten ze geen mysterie dan het ontbreken van een mysterie. Ze zijn niets meer dan apparaten die bewegen door de kracht van elektriciteit. Bewegen, bewegen, bewegen…

dsc_0283
‘Sculpture Gismo’ – Jean Tinquely eigen foto

Hoe word je geraakt door zoiets? Iets wat geen boodschap bevat, geen idee, behalve de beweging. Het antwoord is dat ik in eerste instantie hier niet door geraakt werd, toen ik de tentoonstelling over zijn werk in het ‘Stedelijk museum’ doorliep. Mijn intellect werd weliswaar geprikkeld door de werking van de machines en de geniale geest die hierachter zit, die een haast onvoorstelbare controle heeft over de kracht en beweging die elektriciteit voortbrengt. De emotie bleef uit. En wat maakt een mens een mens, als er alleen intellect is en geen emotie?

De emotie kwam, geleidelijk, toen ik de tentoonstelling verlaten had en met een vriend erover nadacht wat de waarde van kunst bepaald en hoeveel verschillende soorten waarden kunst kent. Of waarde wel bepaald kan worden door emotie die het oproept, het vakmanschap wat erachter zit, de impact die het heeft gehad op de kunstwereld en bovenal of een kunstwerk zijn waarde verleent aan de schoonheid ervan? Of dat de waarde van kunst alleen bepaald wordt door de idee die erachter zit? De idee van de maker om iets te scheppen wat nog niet eerder in de werkelijkheid bestond.

En de idee achter Tinguely’s werk is wellicht de doelloosheid of niets meer zijn dan een apparaat wat beweegt. Wat drukt dit uit? Kan dit überhaupt wel iets uitdrukken? Misschien is het ontbreken van de boodschap, de werkelijke boodschap.

En dan komt het in me op dat wellicht alles om ons geen doel heeft, buiten alleen het zijn van dingen. Het zijn van het heelal, de wereld, de planten, dieren en mensen. En dat er buiten dit geen doel is. Wat is de emotie die dit oproept? Afschuw, verschrikking, acceptatie of omarming van het ontbreken van een doel. Bij mij de eerste twee. Iets in mij schreeuwt om zingeving, een doel. Een doel wat ik gevonden heb in mijn geloof. Maar feit is dat verschrikking en afschuw ook emoties zijn die kunst kan oproepen.

Ik vind dit niet erg. Ik kijk naar een kunstwerk om geprikkeld te worden, om iets te zien waar een idee achter zit, ook al is dit idee niets meer dan het ontbreken van een boodschap. De emotie die erbij komt kijken is voor mij van onderschikte waarde en bepaald denk ik ook niet de waarde van het schilderij. Wat de waarde bepaalt, in artistieke zin, is denk ik de idee. De idee van Rembrandt om zijn zoon in een monnikendracht te schilderen, die van Van Gogh om een sterrennacht te schilderen op een manier die lijkt een andere werkelijkheid te scheppen, of van Tinguely om bewegende apparaten te maken, die voor de rest geen boodschap bevatten. Want de idee is hetgeen wat er uiteindelijk toe leidt dat de kunstenaar iets schept, wat vervolgens waarneembaar is door de kijker. Dit is hetgeen wat de mogelijkheid geeft aan de kijker om de waarde van het kunstwerk te bepalen. En wellicht daarom de waarde van het kunstwerk samenvat. 

En plots, na alle doelloosheid van de tentoonstelling, komt er een einde aan. Een einde waarbij de kunst opeens wel een verhaal vertelt. Tinguely is ooggetuige van een brand van een boerderij, de lucht van verbande dierenlijken doet hem denken aan de lucht van de rook die uit concentratiekampen kwam. Hij gaat het uitgebrande gebouw in en haalt zwartgeblakerde machines en verbrande dierenlijken uit het gebouw. En maakt hiervan een gigantisch groot geheel, wat beweegt. De handtekening van Tinguely blijft de beweging, de beweging die doelloos is. Maar hij vertelt door middel van zijn kunstwerk opeens een verhaal. Een luguber, angstaanjagend verhaal, maar weliswaar een verhaal wat emotie in mij oproept. Een verhaal wat de verschikking uitdrukt, maar toch ook op een manier vol schoonheid…

En daarmee kwam de tentoonstelling tot een eind.  

Stoïcijnse wijsheid en pleidooi voor geluk

Stoïcijnse wijsheid en pleidooi voor geluk

De afgelopen dagen heb ik de ‘Meditaties’ van Romeins keizer en stoïcijns filosoof Marcus Aurelius gelezen. Aurelius was de laatste van de ‘vijf goede keizers’ van Rome. Een wijs man met inzicht in het regeren van een wereldrijk, maar ook inzicht in het hebben van een gelukkig en zinvol leven.

Gelukkig en zinvol zijn abstracte termen waarvan niemand echt weet wat ze betekenen , laat staan hoe ze te bereiken. Veel mensen trachten deze twee termen te definiëren en te bereiken, maar vaak blijft het bij het trachten. Hoe komt dit?

Onze samenleving is gericht op prestatie en bevrediging van iemands verlangen. Een groot gedeelte van onze economie richt zich op luxe producten die niets meer zijn dan een middel om iemand status te verhogen of verlangen te bevredigen. Het succes van een persoon wordt afgezien aan de prijs van zijn auto of horloge. Er wordt van een persoon verwacht dat hij presteert, zijn diploma’s behaalt, promotie behaalt op zijn werk. En bij dit alles ook nog een gelukkig en zinvol leven leidt.

Maar behalen we wel geluk en zinvolheid door prestatie en bevrediging van onze verlangens? Volgens Aurelius niet. Hij was van mening dat een mens blij moet zijn met wat hij heeft en het geluk in andere dingen kan vinden dan wat de maatschappij definieert als succes en geluk. Je hoeft niet ongelukkig te worden van het kwaad dat iemand je aan doet, het ontbreekt deze persoon aan wijsheid en inzicht. Je kunt jezelf gelukkig blijven noemen, ondanks al het onrecht wat je wordt aangedaan.

“Alles is subjectief”, zei hij. Als dit zo is, is een gelukkig en zinvol leven dit ook. Dan hangt de definitie af van de context. Een context die iemand vaak zelf kan maken. Sluit iemand zich aan bij de context van de maatschappij waarin hij of zij leeft, of creëert hij zijn eigen context? Een context waar geluk niet gericht is op materiële, maar op immateriële dingen. Gericht is op het behalen van inzicht en wijsheid; twee zaken die naar mijn mening niet moeilijk te vinden zijn. Kennis ligt voor het oprapen in boeken als de ‘Meditaties’ van Marcus Aurelius. En bij het toepassen van kennis, verkrijgt men inzicht; naar mijn mening ook inzicht in het leiden van een gelukkig en zinvol leven.

Materiële zooi kent over het algemeen geen eind van bevrediging. Er is geen moment waarop je kunt zeggen dat je het beste van alles hebt. Technologie verandert constant en wat nu nieuw en het beste is, is dat over een paar maanden al niet meer. En ik vraag me af of bezit ook echt verlangens bevredigt. Je kunt zien aan de allerrijksten, zowel in geld als bezit, dat geld en bezit waarschijnlijk nooit genoeg is. Ze gaan door met auto’s kopen, horloges, kleding et cetera. Waarom gaat een multimiljardair door met zaken voeren? Hij heeft genoeg geld om voor de rest van zijn leven te kopen wat hij wil. Dan gaat het meer om status en aanzien te verkrijgen en dat zijn in mijn ogen niet de dingen die gelukkig maken; wat heb je er nou echt aan om je leven ‘beter’ te maken buiten dat mensen naar je opkijken?

Kennis en inzicht geven de mogelijkheid om meer te weten te komen over het leven. Als je leest over hoe een ander denkt en leeft, kun je hier een deel van toepassen in je eigen leven en een deel verwerpen wat naar je mening niet van waarde is. Hoe meer kennis, hoe meer toepassing en van die toepassing van kennis krijg je inzicht. Een auto doet niet veel meer dan je van a naar b brengen als je hem koopt, iets wat belangrijk is, maar op zichzelf staand geeft dit geen kennis, dus ook geen toepassing en inzicht. Een horloge doet niet veel meer dan de tijd aangeven; iets wat belangrijk is, maar het geeft geen kennis buiten de tijd en dus geen toepassing buiten de tijd en geen inzicht buiten de tijd.

Inzicht in het leven zorgt ervoor dat je weet wat ‘belangrijker’ is of ‘verkiesbaarder’, hoe de wereld verbetert kan worden. Sterker nog, materiële dingen dragen er voor een groot deel aan bij dat de wereld naar de knoppen gaat, ik hoef niet uit te leggen waarom; daar is genoeg bewijs voor.

Je kunt gelukkig zijn met materiële dingen als een auto, computer, mobiele telefoon, maar wat doen deze dingen op zichzelf staand? Het zijn dingen die in dienst van de mens staan, om je van a naar b te brengen of een middel zijn om kennis tot je te nemen. Je kunt gelukkig zijn met je computer op zichzelf staand: wat is ie mooi, snel, modern, maar je kunt ook gelukkig zijn met de kennis die het je oplevert. Materiële dingen van een computer leveren op zichzelf staand geen of vrij weinig kennis op, geen toepassing en geen inzicht. Het gebruiken van die computer wel, die kennis kun je toepassen en daardoor verkrijg je inzicht.

Buiten deze twee uitersten tussen gelukkig zijn met materiële zaken en gelukkig met immateriële zaken zijn er nog meer, maar het blijft in essentie neerkomen op het verkrijgen van geen of heel weinig kennis, zoals een horloge je de kennis over de tijd van nu geeft, of wel kennis verkrijgen over zaken als goed en kwaad, milieu, filosofie et cetera. Die kennis is vervolgens weer bruikbaar om toe te passen en je inzicht te vergoten, waardoor je eraan kunt bijdragen dat de kwaliteit van het leven van jezelf of anderen of de wereld in zijn totaliteit omhoog gaat.

De gewone man

De gewone man

 

De afgelopen tijd lijkt het vrijwel constant te gaan over de gewone man, de ongehoorde, ongeziene, gewone man. De man die niet opgemerkt wordt door de politiek noch de media. De gewone man die de meerderheid van de bevolking uitmaakt, maar zijn stem niet laat horen. Er wellicht straks ervoor zorgt dat Wilders premier wordt, zoals de gewone man ervoor gezorgd heeft dat Trump president wordt.

Ik ben geneigd om een parallel te trekken tussen de huidige situatie en die van Duistland in de jaren-30, maar wil deze eigenlijk niet maken. Omdat ik weiger te accepteren dat de mensheid niets geleerd heeft van de geschiedenis. Maar de geschiedenis is misschien wel een vicieuze cirkel van gebeurtennissen die zich steeds blijven herhalen.

Men heeft een groep teleurgestelde, boze mensen, een sterke leider, en een groep waaraan de schuld kan gegeven worden. Zie hier: vruchtbare grond voor nazisme in de 20ste eeuw. En nu is diezelfde vruchtbare wellicht terug.

Arnon Grunberg nam in zijn column in de Volkskrant van vorige week maandad de speech ‘minder minder’ speech van Wilder letterlijk over, maar verandere het woord Marokaan door Jood. En plots lijkt het akelig veel op een speech van de man die vroeger pretendeerde de stem van het volk te zijn en zo de macht greep, beloofde Duitsland groot te maken, maar uiteindelijk Duitsland samen met Europa de afgrond in hielp.

Wat is de volgende stap: opkomend antisemitisme, mensen met een buitenlandse achtergrond verbieden om openbare ruimtes te bezoeken, ze het land uitzetten of opsluiten in kampen? Zijn we onze medemenselijkheid verloren, denken we alleen maar aan onszelf?

Ik kan niet in de toekomst kijken, misschien gelukkig maar. Ik weet niet wat er gaat gebeuren over een paar jaar.

Het enige wat we kunnen doen is tegen de stroom ingaan, laten zien dat het anders kan en de meerderheid het niet altijd bij het juiste eind heeft… Maar wellicht de gewone man of vrouw, zoals u en ik, wel

Optimistisch blijven

Optimistisch blijven

De afbeelding bij dit bericht is van cartoonist Joe Heller.

De Amerikaanse verkiezingen staan voor de deur. Over vier dagen weten we wie het machtigste land ter wereld gaat vertegenwoordigen.

Ik heb de afgelopen tijd weinig geschreven. Dit was niet echt het bewuste keuze. Het ‘ging’ niet. Het fameuze writers-block treft denk ik iedere schrijver, van welke soort dan ook, wel eens een keer. De vraag die denk ik het meeste door mijn hoofd gespookt heeft is: wat valt er nog te schrijven. Ik kan mijn mening over alle onderwerpen die het nieuws zijn gepasseerd behandelen. Kritiek geven op de splinterpolitiek, mijn mening over de mogelijke langzame ondergang van de democratie, maar wie ben ik om dit te doen? Er is al zoveel over geschreven en ik denk dat we het verkeerde pad zijn ingeslagen en dat er voorlopig geen weg meer terug is. Maar ik blijf altijd optimistisch; al komt het alleen maar door mijn geloof.

De afgelopen weken heb ik veel gezwerfd door de straten van Amsterdam, talloze musea bezocht en gelopen door een heel aantal straten en steegjes. Het Parool staat vol met nieuws over de oplossing voor het groot aantal toeristen dat de stad bezoekt. Je zou het een heuse invasie kunnen noemen. Stedelingen zijn bang dat ze hun stad kwijtraken en niet meer terugkrijgen. Maar ach, dat is geen nieuw fenomeen in Nederland of Europa.

Aanstaande dinsdag zit de hele wereld voor de buis gekluisterd. Om te zien wie de komende vier jaar de touwtjes in handen heeft. Ik vraag me af of het wel zo is dat de Amerikaanse president de touwtjes in handen heeft. Obama had het congres vrijwel altijd tegen zich en ik denk dat als Clinton wint dit niet zal veranderen. Afgelopen dinsdag berichtte NRC Handelsblad, zie hier, dat de tegenstanders van Amerika steeds sterker worden; Amerika alleen maar zwakker en meer aangewezen op eigen kracht. Ik hoop dat Trump de verkiezingen verliest, maar ik weet niet of we blij moeten zijn met Hillary Clinton als president.

Maar ik blijf optimistisch; al is het alleen maar door de kleine kans dat in maart er een links blok aan de macht in Nederland komt…

Denken we niet meer aan leed?

Denken we niet meer aan leed?

 

Vorige week vrijdag ben ik zeventien jaar oud geworden. Nog een jaar en dan mag ik mezelf ‘volwassen’ noemen. Al is dit ook maar een term die door mensen bedacht is. Want wanneer is iemand echt volwassen? Je leert toch je hele leven door?

Het nieuws dat het meeste opviel deze week was de nieuwe wet voor orgaandonatie die werd aangenomen in de tweede kamer. Als deze maand de eerste kamer ook instemt zullen we straks actief moeten kiezen of we wel of geen donor willen worden. De kranten stonden vol met nieuws- en opinieartikelen. Wat ik het raarste aan dit alles vind is dat de wet van D66 komt. Een partij die juist staat voor zelfbeschikking en vrijheid van het individu. Als de wet straks aangenomen wordt, dwingt de overheid ons om een keuze te maken. En moeten we dit wel willen?

We zouden wat mij betreft als het op zaken als deze aankomt alles zelf moeten mogen beslissen. We zouden moeten mogen beslissen om geen keuze te maken, want de dood is en blijft een moeilijk iets waar menigeen niet al te graag over nadenkt. We zouden moeten mogen beslissen of we juist wel de keuze willen maken om orgaandonor te zijn, want velen vinden het fijn om leven te geven aan iemand anders. En we zouden ook moeten mogen kiezen om geen donor te zijn, want je lichaam blijft eigendom van jezelf en niet van de overheid.

Woensdag stond in NRC Handelsblad een opinieartikel met de titel: ‘D66 heeft geen weet van het drama op de IC’, zie hier. Dit artikel laat haarfijn zien waar het in de media en politiek de afgelopen dagen aan ontbrak. Er was geen aandacht voor de slachtoffers, nabestaanden en het leed dat gepaard gaat met het sterven van een persoon. Want we moeten ons beseffen dat, in het geval van orgaandonatie, het leven van iemand, de dood van een ander betekent. En de dood gaat altijd gepaard met leed…