Kunst in essentie

Misschien dat de term kunstliefhebber mijn persoonlijkheid of identiteit het beste omschrijft, omdat ik (vrijwel) alle aspecten die definiëren wie ik ben, terug kan vinden in de kunst. Zo zijn er in de kunst genoeg werken te vinden die een Bijbels verhaal, een filosofisch vraagstuk uitbeelden of portretten die een persoon zo weten te treffen, dat ik die persoon kan leren kennen door enkel en alleen naar het portret te kijken. Vervolgens aan zelfreflectie te doen door na te denken over wie deze persoon op het schilderij is en in welke dingen hij op mij lijkt of juist niet.

Ik vraag me de laatste tijd af waarom kunst zinvol is, maar ik kan alleen zeggen dat ik er een liefhebber van ben. Dat ik het mooi of lelijk vind, dat het me raakt of koud laat. Misschien dat ik er een verhaal bij kan verzinnen van wat het uitdrukt. Maar wat maakt kunst zinvol? Is het überhaupt zinvol? Is het niet veel zinvoller om bezig te zijn met maatschappelijke problemen of klimaatverandering, omdat dit onze morele plicht is? Toch voelt het voor mij alsof kunst zin heeft, alsof het de essentie van het bestaan kan uitdrukken. Maar verder dan een gevoel kom ik niet. Een kunstwerk lijkt geen woorden nodig te hebben om de kern van een verhaal te vertellen, er valt aan het tafereel te zien wat het uitdrukt, althans voor mij.

Nog iets waar ik geen antwoord op heb, is wat kunst goed maakt. Is dit schoonheid, vakmanschap, het idee, de emotie die het bij mensen oproept, de erkenning van een groep kenners? Is het een combinatie van factoren? Zijn het bij ieder kunstwerk andere factoren die de kwaliteit bepalen? Is er überhaupt wel een objectieve maatstaf waarmee kunst beoordeeld kan worden?

br_SK-A-3584-00 (1)
Meisje in kimono – George Hendrik Breitner, foto: Rijksmuseum

Wel kan ik antwoord geven op de vraag welke kunst me raakt; welke emotie het in me oproept, zoals schoonheid of juist afschuw. En het antwoord is dat dit voor mij kunst in de meeste abstracte vorm is. Als ik naar kunstwerken kijk die duidelijk iets uitdrukken, voel ik me enigszins belemmert. Niet dat ik niet geraakt kan worden door een mooi schilderij van een persoon of iets dergelijks. Een goed voorbeeld zou het ‘Meisje in Kimono’ van Breitner zijn. Het is duidelijk dat er een meisje in kimono afgebeeld is, er zit een sprankeling in de blik, die denk ik zowel blijdschap als verdriet zou kunnen zijn of een combinatie. Ik kan er een verhaal aan koppelen over wie het meisje is, wat ze heeft meegemaakt, waar het tafereel zich afspeelt. Hetgeen me echter belemmert is hetgeen het uitdrukt. Ik kan het schilderij op duizenden manieren interpreteren, maar los van het afgebeelde meisje kan ik niet komen.
Misschien raakt abstracte kunst me het meeste, omdat het niets uitdrukt, buiten zichzelf. Het enige wat me beperkt zijn de lijnen en de kleuren. Het voelt alsof dit de meeste vrije vorm van kunst is, hetgeen kunst in essentie is. Want het is teruggebracht tot de kern: kleuren en vormen. Niets meer, niets minder.

Piet MondrianVictory boogie woogie 2009S0948
Victory Boogie Woogie – Piet Mondriaan, foto: Gemeentemuseum Den Haag

In het verleden heb ik geprobeerd een essay te schrijven over mijn interpretatie van ‘Victory Boogie Woogie’. Ieder verhaal dat ik eraan probeerde te koppelen, bleek niet bevredigend genoeg. Zo koppelde ik het populairste idee van jazzmuziek eraan, of het bestaan dat simpel oogt, maar bij een goede blik uiterst complex blijkt, of het idee dat het werk niet af is. Maar geen enkele interpretatie, voelde echt als de mijne. Ik kwam tot deze conclusie: vaak wil ik geen interpretatie aan abstracte kunst geven, is het genoeg om het ding an sich te bekijken. Te aanschouwen, om niets meer dan de reden dat het bestaat. De leegte in mijn hoofd op dat moment, alleen het zien, is een van de mooiste momenten die ik kan meemaken. Het voelt als een bevrijding dat ik niet beperkt ben tot een kunstwerk dat onherroepelijk iets uitdrukt.
Toch duikt er af en toe een idee op. Dit idee is by far hetgeen het dichtste in de buurt bij het gevoel van het kijken komt: het flirten met het idee van niets zijn dan een paar willekeurige atomen. Zoals het schilderij in eerste instantie niets meer oogt te zijn dan een paar vierkantjes en kleuren. Maar tegelijkertijd maakt alleen dat flirten me al angstig. Want wie ben ik, als ik niets meer ben?

Echter moet ik ook bekennen dat ik vaak maar al te graag bezig ben met het interpreteren van een kunstwerk. Dat de belemmering van hetgeen iets uitdrukt, soms juist ten goede bijdraagt. Soms vind ik het zelfs fijn als de belemmering in extreme vorm wordt doorgevoerd, zoals bij Egyptische kunst. Het lukt me niet om naar deze kunst te kijken, zonder de visie van de oude Egyptenaren in mijn achterhoofd te houden. Ik moet het bekijken als iets dat in verbinding staat met het eeuwige, het paradijs of het hiernamaals. Anders wordt het een statisch ding, dat hetzelfde lijkt als duizenden anderen Egyptische werken. Maar juist door de belemmering van religie, weet de kunst me te raken. Want dan wordt het statische aspect juist een positief aspect, omdat het naar mijn idee het eeuwige, het hiernamaals is essentie samenvat. Het is statisch, want het is een eeuwig proces dat voortduurt. Weliswaar is dit proces vol van alles en nog wat, maar hetgeen dit proces is, is statisch. Want de hemel ervaar ik als niets meer dan het zijn van het leven.

Misschien ben ik er achter waarom kunst zin heeft voor mij, maar alles behalve in absolute zin. Voor mij heeft kunst zin, omdat het me intrigeert en in veel gevallen weet te raken, zoals niets anders dit kan en doet. En ik weet niet wat de zin van het leven, zonder het goddelijke erbij te betrekken, kan zijn, buiten het leven op zichzelf. Kunst is niets buiten zichzelf, en heeft voor mij daarom zin. Omdat het zijn voor mij zin heeft, wat dit dan ook moge zijn.

Een jihad voor de mensheid

Misschien is stoïcisme het beste samen te vatten in: acceptatie. Het accepteren van je lot, het kwaad en het onrecht dat je wordt aangedaan. Je niet eindeloos bezig houden met de vraag waarom het kwaad, want wie vindt er, buiten een biologisch of religieus antwoord, een antwoord op de vraag waarom het kwaad er is. In plaats van je met het waarom bezig te houden, is het belangrijk de vragen te stellen: hoe goed te zijn, hoe in te gaan tegen het kwaad?

‘Een jihad van liefde’ van Mohamed El Bachiri, vdi9789023468752.png
opgetekend door David Van Reybrouck, is misschien wel het beste te omschrijven als het werk van een stoïcijn. Iemand die zijn lot accepteert en niet vervalt in woede en haat, maar in de liefde, de liefde voor zijn vrouw Loubna. Zijn vrouw die door het leven beroofd werd, door iemand die wel vervallen is in haat. Maar Mohamad zegt over de terrorist: “Hij laat me koud, die kerel.” Hij haat de terrorist, niet. Het zou niet meer dan normaal zijn als hij zou zeggen :”Vervloekt zij die terrorist.”Maar hij zegt dit niet. Nee, hij noemt hem zelfs “een broeder”, maar “een broeder die een verkeerd pad heeft gekozen.” En daarom denk ik dat het onze taak is niet het pad van die terrorist te kiezen; het pad van haat. Nee, we moeten het pad van de liefde kiezen.

De goddelijke Liefde

Ik werd overvallen door ontroering. Zijn levensverhaal raakte me, dieper dan dat van menig ander. Een wijs man schrijft zijn levensfilosofie op. Zijn liefde, zijn boodschap , zijn opdracht, zijn geloof. Zijn geloof van Liefde. Liefde die ik met hoofdletter opschrijf, want zijn Liefde stijgt boven al het aardse uit en raakt mijn inziens de goddelijke Liefde. Een Liefde die tegen de kwade natuur van de mens ingaat, maar het goede opzoekt. Die hij betoonde aan zijn vrouw Loubna en nu aan de gehele mensheid. Een Liefde die niets anders kent dan goedheid.

Mohamed roept op tot humaniteit. Iets wat we in de huidige tijd maar al te vaak lijken te verliezen. Het lijkt alsof we ons laten lijden door angst, angst die bitter maakt. We verliezen onze gezamenlijke waarden uit het ogen. De waarden van broederschap, vrijheid en de gelijkheid van ieder persoon. Als we naar de ander kijken zien we alleen de verschillen in mening, religie en afkomst. Mohamed is niet iemand die alleen de verschillen ziet; hij ziet de overeenkomst die we allemaal delen: menselijkheid. We zijn allen mens, weliswaar met tal van gebreken, maar in staat tot nadenken. We hebben de rede, hetgeen ons het meest onderscheidt.

Het boek is klein en eenvoudig. Ik had hem in een uur uit. Maar Mohamad heeft niet honderden pagina’s nodig om de waarheid op te schrijven. Het boek is vele dingen: een gedicht, een pamflet, een humanistisch werk, een stoïcijns werk, een religieus werk, maar bovenal een werk van liefde.

De jihad van Mohamed El Bachiri is een jihad, een inspanning van en voor de mensheid. Het is een antwoord op de vragen die ik in het begin van deze recensie stelde: hoe te zijn en hoe in te gaan tegen het kwaad?
Het is zoals Mohamed zelf in zijn boek zegt:
“Gezegend zij de mensheid
Moge de liefde overwinnen.”

De destructieve mens, een filosofisch essay over klimaatverandering

De destructieve mens, een filosofisch essay over klimaatverandering

Een van de zaken die me het meest na aan het hart ligt is klimaatverandering. Omdat dit een van de zaken is die het meeste impact heeft op het welzijn van de aarde, en daarmee ook op de mensen en dieren. Als de aarde over honderd jaar opgebrand en verdampt is, zijn er ook geen mensen die erop kunnen leven. Om nog maar te zwijgen wat voor radicale gezondheid gevolgen het veranderde klimaat de komende decennia op mensen en dieren kan hebben.

Eind vorig jaar werd duidelijk dat Donald Trump openbaar aanklager Scott Pruit zou aanstellen als hoofd van de EPA (United States Environmental Protection Agency). Pruitt heeft in zijn jaren als openbaar aanklager nota bene de EPA meerdere keren aangeklaagd en is een faliekant ontkenner van de klimaatverandering, iets wat in de huidige tijd spreekt van op z’n zachts gezegd pure domheid. 5 maart werd  bekend dat Trump tevens flink wil bezuinigen op het werk van de organisatie. Het werk van de EPA blijkt tevergeefs.
Amerika, nog steeds ’s werelds machtigste land, is cruciaal in het aanpakken van klimaatverandering. Als de Verenigde Staten niets eraan doen, heeft dit zo’n grote gevolgen dat het weinig zin heeft voor andere landen om te proberen een klimaat neutrale economie te creëren.

Een scenario gelijk aan dat van de V.S. dreigt in Europa werkelijkheid te worden. Rechts is bezig aan een opmars. Rechts offert alle milieuzaken op het altaar van de o zo heilige economie. En ondertussen warmt de aarde op…

Destructieve economie

Feit is dat vrijwel alles wat gebeurt geld kost en dit geld moet ergens vandaan komen. Burgers leveren een deel van hun salaris in bij de overheid en zo heeft de overheid de mogelijkheid om zaken te regelen.Maar: de overheid van veel landen geven meer geld uit dan dat er binnen komt en hierdoor moet er bezuinigd worden.

Althans, het bovenstaande klopt maar tot op zekere hoogte. In 2016 pompte de Europese centrale bank iedere maand 60 miljard euro in de economie om de economie ‘te laten draaien’. Dit zal de komende jaren uitgroeien tot 80 miljard euro per maand. Dit pompen is niets meer dan een bedachte term voor het laten ‘verschijnen’ van geld. Poef, het is er. Maar bepaalde medicijnen worden niet aan patiënten gegeven omdat ze te duur zijn, er wordt op onderwijs bezuinigd waardoor de kwaliteit ver beneden peil is en, in mijn ogen het belangrijkste, er wordt bijna niets aan het klimaatprobleem gedaan, omdat het in werking houden van de huidige economie het goedkoopste is en de overheid en bedrijven het meeste geld oplevert.

Een rasechte paradox. De Europese bank beschikt over magische krachten en kan geld laten ‘verschijnen’, blijkbaar hebben ze het licht gezien en beschikken ze over een toverspreuk, maar de overheid moet bezuinigen op zorg, onderwijs en milieu.

Geld is iets wat ten dienste van de mensen zou moeten staan. Het is een middel om te kopen wat je wilt hebben of je doel te bereiken. Maar ik raak er steeds meer van overtuigd dat geld en de economie, iets wat door de mensheid bedacht is en door de mensheid in stand gehouden wordt, het welzijn van de mensen, dieren en de planeet in de weg zit.

Destructieve maatschappij

De laatste decennia is de macht van de overheid verschoven naar globale bedrijven. De bedrijven hebben het geld in handen, daarmee de economie en omdat uiteindelijk bijna heel de maatschappij draait om geld, ook de macht.
Overheden zijn niets meer geworden dan marionetpoppen in de handen van de bedrijven en doen er zoveel mogelijk aan om het economisch klimaat zo optimaal mogelijk te houden. In de populaire media is er is nauwelijks een stem over die het kapitalisme in zijn geheel bekritiseert. Het communisme heeft gefaald. Communisten zijn socialisten geworden, socialisten neoliberalen.
Politici vervallen in symboolpolitiek, waar zo doorheen te prikken valt. We moeten vechten tegen discriminatie en onrecht zeggen politici, maar het blijft bij mooie woorden. Men doet niets.

Maar de schuld ligt niet alleen bij de bedrijven en overheden.
Derrick Jensen beschrijft in zijn boek ‘Endgame’ en een groot gedeelte van zijn toespraken, dat een industriële civilisatie niet duurzaam kan zijn, omdat het afhankelijk is van bronnen. Bronnen die uiteindelijk opraken en als het huidige consumptieaantal niet daalt en blijft toenemen, zal dit in een rap tempo gebeuren.
Wij als mensheid zijn zo afhankelijk geworden van producten die schade aan het milieu toebrengen, dat onze hele manier van leven schadelijk is. Het westen is de harmonie met de natuur kwijtgeraakt en we zijn afhankelijk geworden van de industrie. We zijn vergroeid met onze elektrische apparaten, 90 procent van het drinkwater wordt gebruikt voor de industrie, we eten gemiddeld 90 kilo vlees per jaar en dan heb ik nog maar het topje van de ijsberg genoemd.

Om onze aarde van de ondergang te redden is er een drastische hervorming van de maatschappij nodig. Een maatschappij waarin we terug de harmonie met de natuur vinden en niet alle dieren in onze ondergang meeslepen. Een maatschappij waarin we niet afhankelijk zijn van elektriciteit en auto’s, en de bio-industrie en geen schoon drinkwater gebruiken voor de industrie. Bovenal moeten we  breken met het idee dat geld het belangrijkste is, omdat door deze gedachte er vrijwel niets gedaan wordt aan het klimaatprobleem en de aarde kapot gemaakt wordt. Want het redden van het milieu zou alleen maar geld kosten en niets opleveren en daarmee schadelijk zijn voor het economische klimaat.
Er is een maatschappij nodig die niet geleid wordt door bedrijven en een destructieve economie, maar door personen die op basis van valide argumenten beslissingen nemen. Personen die kijken wat op lange termijn het beste is, zowel voor de natuur als mensen en dieren. Mensen die niet vervallen in populistische idealen, omdat een tevreden volk alleen weinig oplevert. Kortom: personen die rationeel handelen.
Maar feit is helaas dat mensen irrationele wezens zijn, die niet op basis van argumenten, maar op emoties reageren. We doen wat het beste voelt, niet wat het beste is.

Laat ik eerlijk zijn, het voelt best goed om alle informatie met een druk op een knop beschikbaar te hebben, niet uren te moeten jagen voor een beetje eten en te leven in een redelijk grote vrijheid, zaken die we te danken hebben aan het kapitalisme. Maar het is zeker dat de huidige situatie onhoudbaar is en ‘doomsday’ wellicht veel eerder arriveert dan dat we denken.

Het goede gevecht

Er zijn honderd stemmen die in me roepen de strijd aan te gaan tegen het kwaad en te vechten voor het goede. Maar hoe op te boksen tegen een menigte van zeven miljard mensen en immens grote bedrijven die de macht in handen hebben? Hoe verander je het denken en de natuur van mensen op een drastische manier? Hoe zorg je dat mensen bereid zijn om te luisteren?
Ik geloof zeer zeker dat een kleine groep mensen in staat is om verandering te brengen. Er zijn mensen te vinden die net als ik bereid zijn om te vechten voor het goede, ervoor willen zorgen dat het klimaat gered wordt en er terug gelijkheid komt onder de mensen.

Maar de geschiedenis leert dat het kwaad het maar al te vaak wint van het goede.
Karl Marx en Friedrich Engels publiceerden in 1848 het ‘Communistisch Manifest’ en introduceerden een nieuw politiek en economisch systeem dat in theorie voor de ondergang van het kapitalisme zou moeten zorgen en voor eens en voor altijd gelijkheid tussen alle mensen.
69 jaar lang regeerde het communisme in de Sovjet-Unie.
Het resultaat was geen gelijkheid, maar armoede in de Baltische staten, die er vandaag de dag nog steeds is, en honderd miljoen slachtoffers. Het kapitalisme begon na de val van de Sovjet-Unie aan de grootste opmars ooit. Waarom? Omdat het kwaad het in de Sovjet-Unie won van het goede.

Hetgeen ik hierboven heb beschreven maakt pessimistisch.De bloedige geschiedenis laat zien dat veel mensen egoïstische en kwade keuzes maken. De huidige politieke situatie belooft ook niet veel goeds.
Zit egoïsme en kwaad in de menselijke natuur ingebakken? Misschien dat er getraind psycholoog daar antwoord op kan geven.
De Bijbel, een van de boeken waar ik het meeste inspiratie uit haal, zegt dat dit zo is, maar ook dat de mens in staat is om goed te doen. Dat het leven van een mens als het ware een voortdurende strijd tussen goed en kwaad is. Of het kwaad of het goede overwint is aan de mens zelf.

Ik wil oproepen om optimistisch te zijn, want ik weet zeker dat de mens ook tot goed in staat is. We zijn in staat om liefde te tonen aan onze naaste, de meerderheid van ons probeert ethisch te leven. Zouden we dan niet in staat zijn om het goede te doen voor het milieu? Laten we er daarom alles aan doen om het klimaat te redden en ons te verzetten tegen het huidige economische- en milieubeleid.

Mijn laatste hoop

Politiek- en milieuactivisme is nu harder nodig dan ooit, maar of het ook succesvol zal zijn? Ik heb hier geen antwoord op.
Mocht het toch tevergeefs blijken, put ik hoop uit mijn geloof. Jezus Christus is volgens mijn geloof degene die in staat is om de mens van zijn lot te verlossen.

Maar ik zal blijven doorgaan met strijden. U ook?

Stoïcijnse wijsheid en pleidooi voor geluk

Stoïcijnse wijsheid en pleidooi voor geluk

De afgelopen dagen heb ik de ‘Meditaties’ van Romeins keizer en stoïcijns filosoof Marcus Aurelius gelezen. Aurelius was de laatste van de ‘vijf goede keizers’ van Rome. Een wijs man met inzicht in het regeren van een wereldrijk, maar ook inzicht in het hebben van een gelukkig en zinvol leven.

Gelukkig en zinvol zijn abstracte termen waarvan niemand echt weet wat ze betekenen , laat staan hoe ze te bereiken. Veel mensen trachten deze twee termen te definiëren en te bereiken, maar vaak blijft het bij het trachten. Hoe komt dit?

Onze samenleving is gericht op prestatie en bevrediging van iemands verlangen. Een groot gedeelte van onze economie richt zich op luxe producten die niets meer zijn dan een middel om iemand status te verhogen of verlangen te bevredigen. Het succes van een persoon wordt afgezien aan de prijs van zijn auto of horloge. Er wordt van een persoon verwacht dat hij presteert, zijn diploma’s behaalt, promotie behaalt op zijn werk. En bij dit alles ook nog een gelukkig en zinvol leven leidt.

Maar behalen we wel geluk en zinvolheid door prestatie en bevrediging van onze verlangens? Volgens Aurelius niet. Hij was van mening dat een mens blij moet zijn met wat hij heeft en het geluk in andere dingen kan vinden dan wat de maatschappij definieert als succes en geluk. Je hoeft niet ongelukkig te worden van het kwaad dat iemand je aan doet, het ontbreekt deze persoon aan wijsheid en inzicht. Je kunt jezelf gelukkig blijven noemen, ondanks al het onrecht wat je wordt aangedaan.

“Alles is subjectief”, zei hij. Als dit zo is, is een gelukkig en zinvol leven dit ook. Dan hangt de definitie af van de context. Een context die iemand vaak zelf kan maken. Sluit iemand zich aan bij de context van de maatschappij waarin hij of zij leeft, of creëert hij zijn eigen context? Een context waar geluk niet gericht is op materiële, maar op immateriële dingen. Gericht is op het behalen van inzicht en wijsheid; twee zaken die naar mijn mening niet moeilijk te vinden zijn. Kennis ligt voor het oprapen in boeken als de ‘Meditaties’ van Marcus Aurelius. En bij het toepassen van kennis, verkrijgt men inzicht; naar mijn mening ook inzicht in het leiden van een gelukkig en zinvol leven.

Materiële zooi kent over het algemeen geen eind van bevrediging. Er is geen moment waarop je kunt zeggen dat je het beste van alles hebt. Technologie verandert constant en wat nu nieuw en het beste is, is dat over een paar maanden al niet meer. En ik vraag me af of bezit ook echt verlangens bevredigt. Je kunt zien aan de allerrijksten, zowel in geld als bezit, dat geld en bezit waarschijnlijk nooit genoeg is. Ze gaan door met auto’s kopen, horloges, kleding et cetera. Waarom gaat een multimiljardair door met zaken voeren? Hij heeft genoeg geld om voor de rest van zijn leven te kopen wat hij wil. Dan gaat het meer om status en aanzien te verkrijgen en dat zijn in mijn ogen niet de dingen die gelukkig maken; wat heb je er nou echt aan om je leven ‘beter’ te maken buiten dat mensen naar je opkijken?

Kennis en inzicht geven de mogelijkheid om meer te weten te komen over het leven. Als je leest over hoe een ander denkt en leeft, kun je hier een deel van toepassen in je eigen leven en een deel verwerpen wat naar je mening niet van waarde is. Hoe meer kennis, hoe meer toepassing en van die toepassing van kennis krijg je inzicht. Een auto doet niet veel meer dan je van a naar b brengen als je hem koopt, iets wat belangrijk is, maar op zichzelf staand geeft dit geen kennis, dus ook geen toepassing en inzicht. Een horloge doet niet veel meer dan de tijd aangeven; iets wat belangrijk is, maar het geeft geen kennis buiten de tijd en dus geen toepassing buiten de tijd en geen inzicht buiten de tijd.

Inzicht in het leven zorgt ervoor dat je weet wat ‘belangrijker’ is of ‘verkiesbaarder’, hoe de wereld verbetert kan worden. Sterker nog, materiële dingen dragen er voor een groot deel aan bij dat de wereld naar de knoppen gaat, ik hoef niet uit te leggen waarom; daar is genoeg bewijs voor.

Je kunt gelukkig zijn met materiële dingen als een auto, computer, mobiele telefoon, maar wat doen deze dingen op zichzelf staand? Het zijn dingen die in dienst van de mens staan, om je van a naar b te brengen of een middel zijn om kennis tot je te nemen. Je kunt gelukkig zijn met je computer op zichzelf staand: wat is ie mooi, snel, modern, maar je kunt ook gelukkig zijn met de kennis die het je oplevert. Materiële dingen van een computer leveren op zichzelf staand geen of vrij weinig kennis op, geen toepassing en geen inzicht. Het gebruiken van die computer wel, die kennis kun je toepassen en daardoor verkrijg je inzicht.

Buiten deze twee uitersten tussen gelukkig zijn met materiële zaken en gelukkig met immateriële zaken zijn er nog meer, maar het blijft in essentie neerkomen op het verkrijgen van geen of heel weinig kennis, zoals een horloge je de kennis over de tijd van nu geeft, of wel kennis verkrijgen over zaken als goed en kwaad, milieu, filosofie et cetera. Die kennis is vervolgens weer bruikbaar om toe te passen en je inzicht te vergoten, waardoor je eraan kunt bijdragen dat de kwaliteit van het leven van jezelf of anderen of de wereld in zijn totaliteit omhoog gaat.

Het ‘godvormig’ gat

Het ‘godvormig’ gat

Bijna tweeënhalf jaar lang schrijf ik een blog over muziek. Muziek is één van de kunstvormen die je de mogelijkheid geven om de aardse dingen achter je te laten. Het geeft je de mogelijkheid om te genieten van iets wat bijna goddelijk is en bij tijd en wijl misschien ook wel echt goddelijk is.

In Genesis staat dat God de mens schiep naar Zijn beeld en gelijkenis, als enige van de hele schepping. De drang naar het goddelijke dat in de mens zit, is dus als het ware een afdruk van God zelf. De mens, met zijn goddelijke afdruk, heeft scheppingsdrang. De scheppingsdrang die in allerlei vormen van kunst naar boven komt. De drang om een lied te scheppen, een personage, een schilderij. Iets de werkelijkheid in scheppen wat er eerst niet was. Er was ooit een wereld zonder de liedjes van Bob Dylan, de schilderijen van Rembrandt en de boeken van Dostojewski.

Misschien kun je stellen dat het enige in deze wereld wat verheven is boven het aardse de kunst is. Hetgeen waaraan we kunnen zien dat de mens de drang heeft om iets te scheppen, iets waarin we het goddelijke van onszelf kunnen zien. Iets dat een parallel universum creëert waarin de kunst de enige werkelijkheid is.

Nietzsche was atheïst en geloofde dat het christendom één van de grootste kwaden was in deze wereld. ‘God is dood’, zei hij, ‘en wij hebben Hem vermoord’. Hebben we Hem vermoord door religie? Door Hem te proberen te begrijpen en te vatten? Door aan te nemen dat Hij gesproken heeft tot ons? Maar dan zou Nietzsche wel geloof moeten hebben in God en dat deed hij niet. Hij zei: ‘Mensen willen de waarheid niet horen, omdat ze hun illusie niet vernietigt willen zien’. Die illusie zou onder andere geloof kunnen betekenen en de waarheid zou dan kunnen zijn dat God niet bestaat. Nietzsche onderkende echter dat als mensen hun religie zouden verlaten er een gat achter zou blijven. Nietzsche zei dat als we God verlaten, we het gat dat God achterlaat moeten vullen met kunst en literatuur. Dat we het ‘godvormig’ gat vullen met het enige dat enigszins in de buurt komt bij de heerlijkheid van God. Toch erkende hij dat als mensen God verlaten er een gat achterblijft. Misschien voelde hij dat gat wel meer dan ieder ander, misschien is dit wel de reden dat Nietzsche krankzinnig is geworden. Krankzinnig door het gat dat hij probeerde op te vullen met alles wat boven het aardse verheven is, behalve met God. En maakte de leegte die hij niet wilde erkennen hem gek.

Is dat gat met iets ander op te vullen dan met het geloof in God. Geven kunst en literatuur dezelfde troost als God? Sommigen menen van wel en zeggen God niet nodig te hebben. Ik echter heb de kracht niet om dat gat op te vullen met iets anders dan God. Misschien is het zo dat je eerst moet toegeven dat je zwak bent, niet in staat bent om het gat op te vullen en komt hierna het geloof in God. Ik vind het niet erg om toe te moeten geven dat ik zwak ben. Want de apostel Paulus zegt: ‘Als ik zwak ben, ben ik sterk’. Want waar de sterkte van de mensheid ophoudt, begint die van God en waar het verstand van de mens ophoudt, begint dat van God. Ik schaam me niet om te zeggen dat ik als mens niet met alles kan omgaan en niet alles kan begrijpen. Alles aan mijn lichaam en geest is begrenst en dan is het juist fijn om te weten en te geloven dat die grenzen ooit vervuld zullen worden door God. Dat er geen grenzen meer zullen zijn aan mijn lichaam en verstand. En dat is nou juist waarom ik van mening ben dat kunst en literatuur het ‘godvormig’ gat niet kunnen opvullen. Want hoezeer ze ook boven al het aardse verheven mogen zijn, ze laten de grenzen van mijn lichaam en verstand niet verdwijnen en dat doet God wel. Want het geloof in God is in essentie dit: beseffen dat je als mens aan allerlei fysieke en mentale grenzen bent gebonden en dat er niets is dat dit kan oplossen en daarmee accepteren dat er een Wezen is groter dan jezelf, maar waar je ook een beeld van bent en weten dat er ooit een einde komt aan je fysieke en mentale grenzen en alles vervuld zal worden door God.

Ik ben van mening dat iedere mens in enige vorm dit ‘godvormig’ gat ervaart. Misschien meen je het niet te ervaren, maar ik denk dat je dan een manier hebt gevonden door allerlei lastige denkpatronen om die leegte te onderdrukken. Misschien ervaar je die leegte niet iedere dag, maar ik denk dat hij er nog wel zit.

Ik weet in iedere geval wel zeker dat ik vorig jaar kampte met het ‘godvormig’ gat. Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin en ben daarom ook in mijn kinderjaren altijd christen geweest en ik geloofde in God, zonder daar nou echt over na te denken. Een paar jaar geleden echter begon ik aan alles te twijfelen en kwam ik op het punt dat ik niet meer wist of God nou wel of niet bestond. Ik probeerde het gat vanbinnen met alles te vullen. Met kunst, literatuur, filosofie, maar ik ervaarde dat niets dit gat dat bij mij vanbinnen zat kon vullen. Dat gat maakte me depressief en ik verlangde terug naar de tijd dat ik onvoorwaardelijk in God kon geloven. Mijn denkpatroon zat me echter in de weg. Totdat ik op een gegeven moment een Alphacursus ging doen. Ik leerde hier het christelijk geloof op een totaal nieuwe manier kennen. Ik leerde het niet kennen als geloof dat tegen wetenschap en de rede ingaat, maar juist als een geloof dat zich laat testen door wetenschap en vol literaire kwaliteiten zit. Je hoeft het bestaan van God niet aan te nemen door gewoonweg het te geloven, zonder dat je hier over nadenkt. Want juist door lang na te denken en te filosoferen ben ik tot meer verdieping van mijn geloof gekomen en heb ik me in februari van dit jaar laten dopen.

Ik merk nu bij mezelf dat ik geen gat meer vanbinnen voel. Ik weet nu wat de zin van het leven is en dat dit leven een geschenk van God is en een test. Een test zodat Hij kan zien of je de keuze voor Hem maakt en bereid bent je hart, ziel en leven aan Hem te geven.

Zou ik de uitspraak van Nietzsche mogen omdraaien? Misschien is het zo dat mensen niet in God willen geloven, omdat ze hun eigen waarheid niet vernietigt willen zien. Misschien was het zo dat Nietzsche niet kon accepteren dat er een Wezen was dat verheven is boven het aardse en het menselijke en dit zo tegen zijn waarheid inging dat hij dit niet wilde accepteren. Misschien is er echt niets ander dan God dat dit gat kan vullen……

Het schilderij uit dit bericht heet ‘God de Vader’ en is van Pompeo Girolamo Batoni.

Plato’s waarheid

Plato’s waarheid

Plato schreef in zijn meesterwerk ‘De ideale staat’ over de allegorie van de grot. Het verhaal gaat in grote lijnen over mensen die in een grot vastgebonden zitten en op de muur niets anders zien dan schimmen van objecten. Zo luidt zijn beroemde uitsrpaak: ‘Op de muren van de grot zijn alleen de schimmen de waarheid’ Eén man echter weet zich te bevrijden en klimt uit de grot en ziet voor het eerst in zijn leven hoe de wereld werkelijk is. Hij gaat terug in de grot om de mensen te overtuigen van de ware werkelijkheid. De mensen moeten echter niets van hem weten en slaan hem dood.

Platon_Cave_Sanraedam_1604
Plato’s allegorie van de grot – Jan Saenredam

Plato was er van overtuigd dat de geestelijke wereld meer echt was dan de stoffelijke. En de stoffelijke werkelijkheid slechts een schim was van de geestelijke. Alles hier is gebonden aan grenzen. Alles takelt af, hoe sterk ook, en sterft. Maar de geestelijke waarheid is eeuwig en onverandelijk.

Plato’s leraar en beste vriend was Socrates. De enige manier waarop we weten dat Socrates heeft geleefd is door middel van het werk van Plato. Socrates had als grootste missie om de mensen te overtuigen van de ware werkelijk en ze te bevrijden uit de grot waarin ze hun hele leven hadden geleefd. De mensen echter moesten hier niets van hebben en Socrates werd door de autoriteiten van Athene vermoord.

David_-_The_Death_of_Socrates
De dood van Socrates – Jacques Louis David

De opvatting van Plato en Socrates was dat alleen door filosofie een mens de ware werkelijkheid kan leren kennen.Alleen door de filosfie de stoffelijke werkelijkheid achter gelaten kan worden en de geestelijke kan worden bereikt. En een ideale staat alleen geregeerd kan worden door mensen die de filosofie beoefenen. En hierdoor rechtvaardigheid regeert.

Uit de geschiedenis blijkt echter dat vrijwel nooit rechtvaardigheid regeert in de wereld en de laatste zorg van de wereldleiders is om de filosofie te beoefenen. Hoe komt dit? Komt dit doordat mensen niets moeten hebben van de ware werkelijkheid en genoegen nemen met slechts schimmen hiervan?

Het is mooi om je voor te stellen hoe het zou zijn als rechtvaardigheid regeert op aarde. Als iedereen is harmonie samen leeft, er geen arm en rijk is. Hetgeen waar we echter op stuiten is echter dat de mensheid niet alleen maar echtvaardigheid en goedheid in zich heeft. De meest vreselijke misdaden zijn allemaal gepleegd door mensen. Dan is het makkelijk om te zeggen: ja, maar die mensen hadden een psychisch probleem. Zij waren beschadigd door hun problematische jeugd of door een afwijking in hun hersenen. Misschien is dit ook wel zo bij een deel van de mensen die verschrikkelijke dingen hebben gedaan, maar een groot deel, misschien wel de meerderheid, deden dit om meer macht te krijgen. Was Adolf Hitler bijvoorbeeld niet goed bij zijn hoofd of was hij slim om in te spelen op de ideeën en problemen die speelde in de samenleving van die tijd?

Het leven van Socrates is te vergelijken met dat van Jezus Christus. Ook Zijn grootste missie was om mensen te verlossen van de leugen waarin ze leefden en ze van de ware werkelijkheid te overtuigen. Van Hem en Zijn waarheid moesten de mensen niets hebben en ook Hem hebben de autoriteiten ter dood veroordeeld.

Socrates, Plato en Jezus Christus zijn allemaal personen waaruit ik inspiratie haal. Uit de eerste twee haal ik inspiratie voor mijn eigen filosofie. De filosofie waarvan ik meen dat hij de ware is en ook ik probeer mensen doormiddel van schrijven en praten te bevrijden van de leugen waarin ze al die jaren hebben geleefd. Uit Jezus Christus haal ik inspiratie op theologisch vlak. Hij is de enige van wie ik mijn volgeling van wil noemen. Want hoe eens ik het ook mag zijn met Socrates, Plato, Descartes en ga zo maar door, er is er geen één die, naar mijn mening, de absolute waarheid heeft weten te verkondigen. En dat deed Jezus Christus wel

In de maatschappij waarin we leven speelt religie een steeds kleinere rol. Er leeft over het algemeen een beeld als dit: religie is een persoonlijke zaak die geen rol mag en kan spelen in de publieke wereld en liever ook niet verkondigt wordt. Ikzelf heb echter wel de neiging om mijn geloof te verkondigen aan mensen. Ik ben me er echter wel van bewust dat ik de keuze niet kan maken voor mensen om christen te worden. Die keuze kan alleen de persoon zelf maken.

Wat geeft het christendom mij? Eigenlijk is hier een heel simpel antwoord op: alles. Want het feit dat er een God is die de mens liefheeft en alles wat Hij heeft aan de mens wil schenken, is alles wat er voor mij toedoet.

Het christendom heeft in de wereld een negatief beeld gekregen. Als een onderdrukkende macht, waarin geen ruimte is voor vrijheid en discussie. De Bijbel is een boek wat niet intellectueel is, waarin geen wijsheid schuilt. Ik ben er echter van overtuigd dat er geen één boek bestaat dat zulke diepe wijsheden bevat als de Bijbel. Want ik geloof dat de Bijbel geen menselijke wijsheden bevat, maar de Wijsheid van God.

En nu, zo’n 2370 jaar na de dood van Plato, ben ik zijn werk weer aan het lezen. Het is gek om je te beseffen dat het boek dat je leest al zoveel heeft doorstaan. Om te zien hoe het denkbeeld van de mens is veranderd, maar vooral hoe het op veel vlakken hetzelfde is gebleven. Want zullen we ooit absolute antwoorden hebben op de vragen van het leven? Misschien draait het helemaal niet om de antwoorden, maar om de weg die naar een antwoord leidt. De dingen die je op deze weg tegenkomt en de nieuwe inzichten die je bereikt. De uitdaging die je aangaat en op de weg wostelt met de grenzen van de menselijke rede.

Plato, één van de wijste mensen die ooit geleefd heeft, leeft door doormiddel van zijn werk. Hij geeft ons en mij nog steeds nieuwe inzichten en weet mensen te fascineren met zijn unieke methode van de dialoog. Want velen hebben geprobeerd om in zijn schrijfstijl van de dialoog te schrijven, maar niemand kan het zo goed als hij. Het leeft, gaat vlug en blijft ‘to the point’. Het is geen filosofische uiteenzetting met ellelange alinea’s en terminologie die de normale mens niet kan begrijpen. Zijn ideaalbeeld van een samenleving sluit nauw aan bij de mijne en ik denk dat menig politici veel van hem kan leren. Want wie Plato leest, komt te weten wat rechtvaaridgheid en goedheid nou echt zijn.

Iedereen zou Plato moeten lezen. Het is wijsheidsliteratuur van de bovenste plank…